Klinisch Laboratorium
Heilig-Hartziekenhuis
Mechelsestraat 24, B-2500 Lier
Tel.: 03-491 30 70 • Fax: 03-491 30 89
HULP- EN RANDAPPARATUUR

DocNr
SOP.ALG.A.1

Versie
4

Status
Definitief

Auteur
Steven Van Baelen

Aangemaakt op
02/Sep/2024

Verstuurd op
19/Sep/2024

Geldig van
08/Nov/2024

Geldig tot
08/Nov/2027

Gearchiveerd op



1. Onderwerp

Met hulp- en randapparatuur worden alle bijkomende materiële voorzieningen bedoeld die nodig zijn om onderzoeken uit te voeren bv. balansen, pipetten, centrifuges, ijskasten, vrieskasten, incubators ... Vermits deze middelen invloed hebben op het uiteindelijke meetresultaat zijn ze eveneens onderworpen aan periodieke controle, onderhoud en/of kalibratie.

2. Apparatuur met gecontroleerde omgeving

Het laboratorium beschikt over koelkasten, koelkamer, vrieskasten, koelboxen, incubators, ... om stalen en reagentia op een conforme manier te behandelen, te bewaren en te transporteren. Het laboratorium beschikt tevens over een systeem om deze apparatuur te monitoren. Indien nodig kan deze apparatuur bijgeregeld worden. Ze worden eveneens onderworpen aan een periodieke reiniging om te allen tijde optimaal te kunnen functioneren.

Zie SOP.ALG.A.4: “Incubators”
Zie SOP.ALG.A.5: “Koelkasten & diepvriezers”

3. Balansen

Het laboratorium beschikt over twee analytische balansen voor het afwegen van grondstoffen in vaste of vloeibare toestand.

Type/model
Meetbereik
Balans 1: Mettler, model AE 166
Balans 2: VWR; model SE2201
0-160 g
0-2200 g
Specificaties
IJkeenheid (e)
Afleeseenheid (d)
0 - 60 g
1 mg
0,1 mg
60 - 160 g
10 mg
1 mg
0 -2200 g
1 g
0,1 g

3.1 Toepassingsgebied

In het laboratorium worden deze balansen slechts een paar keer per maand gebruikt voor het maken van enkele reagentia (kleurstoffen, buffer,voedingsbodems, fysiologisch serum ...). Geen enkele afweging is hierbij kritisch.
Balans 1 beschouwen we als een fijne precisieweegschaal met nauwkeurigheidsklasse II, waarbij we over het ganse meetbereik van 0-160 g werken met een ijkeenheid (e) van 10 mg en een afleeseenheid (d) van 1 mg. De kleinste hoeveelheid die hierbij kan afgemeten worden is 100 mg.

3.2 Werkwijze


3.3 Onderhoud

Na het wegen de balans steeds proper en afgesloten achterlaten.

3.4 (Interne) Kalibratie

Dit is de autokalibratie, een regelingsproces waarbij een intern gewicht, dat exact gekend is, geplaatst wordt op een plateau dat zich binnenin de weegschaal bevindt en waarbij de aflezing wordt bijgeregeld in functie van de referentiewaarde van deze massa.

3.4 Kwaliteitscontrole

1x per jaar wordt de balans gecontroleerd . Dit gebeurt met een controlemassa of ijkgewicht van 50g klasse F2. De waarden moeten liggen tussen 49.990g en 50.010g. De meetgegevens worden bewaard in het elektronisch logboek van de balans. Dit logboek is terug te vinden in de onderhoudsmodule van Mithras.

4. Pipetten en volumetrisch materiaal

Zie SOP.ALG.A.3: “Pipetten & volumetrisch materiaal”

5. Centrifuges

Het laboratorium beschikt over centrifuges die worden gebruikt voor het afdraaien/verwerken van monsters en/of reagentia. De algemene werking en onderhoud staat beschreven in SOP.ALG.A.2: “Centrifuges”.

6. Microscopen

Zie SOP.ALG.A.6: “Microscopen”

7. Mengtoestellen

Dit hoofdstuk beschrijft het gebruik en onderhoud van alle mengtoestellen aanwezig op de verschillende werkplaatsen in het laboratorium.

7.1 VORTEXEN

Er zijn verschillende vortex toestellen aanwezig op het laboratorium, zie invest module Mithras voor specificaties.

7.1.1 Toepassing

Om vloeistoffen voornamelijk in proefbuizen te mengen.
Eventueel kunnen ook vloeistoffen in kleine recipiënten gemengd worden.

7.1.2 Principe

Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een draaiende beweging door het toestel gemengd.

7.1.3 Werkwijze

Het toestel is elektrisch en blijft constant verbonden met de netspanning en wordt met de “on” en “off” toets aan of uit gezet.
Men kan de keuze maken tussen constant te mengen of te mengen wanneer men druk uitoefent met het recipiënt.
Men kan het toerental van de vortex regelen met een draaiknop.

7.1.4 Veiligheid

Opletten dat men de draaibewegingen niet te snel zet zodat de vloeistof uit het recipiënt spat.
Indien mogelijk het recipiënt afsluiten alvorens te mengen.
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

7.1.5 Onderhoud

De vortexhouders worden regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).

7.2 STOMACHER

Colworth stomacher 80

7.2.1 Toepassing

Om vloeistoffen in daarvoor speciaal ontworpen zakjes (stomacherzakjes) te homogeniseren.

7.2.2 Principe

Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een schuddende beweging door het toestel gehomogeniseerd.

7.2.3 Werkwijze

Het toestel is elektrisch en blijft constant verbonden met de netspanning.
Het stomacherzakje met zijn inhoud wordt vastgeklemd in het toestel door de klep bovenaan naar voor te trekken.
Toestel op “on” zetten.
Om te stoppen: toestel op “off” zetten.
Voorste klep terug naar achter duwen terwijl men het zakje vasthoudt en zakje verwijderen.

7.2.4 Veiligheid

Het toestel steeds afzetten alvorens de klep te openen.
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

7.2.5 Onderhoud

De mengkleppen worden wekelijks gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).

7.3 DUO-MIX

7.3.1 Toepassing

Om vooral bloedstalen en in het bijzonder sedimentatiebuizen te mengen. Ook andere vloeistoffen kunnen gemengd worden.

7.3.2 Principe

Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een kantelende beweging door het toestel gemengd.

7.3.3 Werkwijze


7.3.4 Veiligheid

Zorg er voor dat de recipiënten steeds goed afgesloten zijn.
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

7.3.5 Onderhoud

De staalhouder van het toestel wordt regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).

7.4 TUBE SHAKER “IKA Shaker Roller 6”

7.4.1 Toepassing

Mengen van vloeistoffen voornamelijk controleoplossingen in kleine gesloten recipiënten.

7.4.2 Principe

Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een rollende en swingende beweging door het toestel gemengd.

7.4.3 Werkwijze

Het toestel blijft constant aangesloten op de netspanning.
Met de hoofdtoets wordt het mengpaneel, bestaande uit zeven rollers die een draaiende en swingende beweging maken tegelijkertijd, in beweging gebracht.
De snelheid kan aangepast worden met de “speed” draaiknop

7.4.4 Veiligheid

Zorg er voor dat de recipiënten steeds goed afgesloten zijn.
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

7.4.5 Onderhoud

De roltafel wordt regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).

7.5 Platform Shaker STR 6 en Platform Rocker STR 6

7.5.1 Toepassing

Mengen van trombocytenderivaten in daarvoor bestemde zakken.

7.5.2 Principe

Het recipiënt (zak) met de te mengen vloeistof wordt door een kantelende links-rechtsbeweging van de toesteltafel gemengd.

7.5.3 Werkwijze


7.5.4 Veiligheid

Zorg er voor dat de recipiënten steeds goed afgesloten zijn.
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

7.5.6 Onderhoud

De mengtafel wordt regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).


7.6 Rotamix 120

7.6.1 Toepassing

Mengen van kaarten voor RPR-test.

7.6.2 Principe

Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een horizontaal roterende beweging door het toestel gemengd.

7.6.3 Werkwijze



7.6.4 Veiligheid

Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

7.6.5 Onderhoud

De mengtafel wordt regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).

8. Varia

Dit hoofdstuk beschrijft alle kleine toestellen die als hulpapparatuur dienst doen en niet geklasseerd kunnen worden onder bovenstaande indelingspunten.

8.1 BUNSENBRANDERS (3 STUKS)

8.1.1 Toepassingsgebied

Het bekomen van steriliteit aan de hand van verhitting.
Het fixeren van preparaten gemaakt om een kleuring op uit te voeren.

8.1.2 Principe

Door het besmet materiaal zoals entnaalden en pincetten enkele malen door de vlam te halen, ga je het verhitten en op die manier de micro-organismen doden.
Door de preparaten door de vlam te halen worden de kiemen en/of cellen gefixeerd op het glazen draagglas.

8.1.3 Werkwijze



8.1.4 Veiligheid

Let er op dat het hendeltje vooraan steeds op “off” staat bij het niet werken met de bunsenbranders. Dit om te voorkomen dat je automatisch de infraroodsensor zou activeren met je hand en op die manier de vlam doet branden.
Bij het verlaten van het lokaal steeds de gastoevoer van de bunsenbranders dichtdraaien (gele knop waar rubberslang aangesloten is).
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

8.1.5 Onderhoud

Geen.


8.2 DROOGBANK

8.2.1 Toepassingsgebied

Het drogen van preparaten die gemaakt zijn voor kleuringen op uit te voeren.

8.2.2 Principe

Drogen van natte preparaten aan de hand van verwarmen.

8.2.3 Werkwijze

Het toestel is elektrisch en blijft constant verbonden met de netspanning. Tijdens de werkuren wordt het op 30 °C gezet en buiten de werkuren op 0 °C.

8.2.4 Veiligheid

Geen voorwerpen op de droogtafel leggen die er niet op thuishoren. Dit om oververhitting te vermijden.
Het toestel steeds op 0 °C zetten bij het verlaten van het lokaal.
Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

8.2.5 Onderhoud

De plaat wordt regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3).


8.3 CELLCOUNTER

8.3.1 Toepassingsgebied

Het laboratorium beschikt over twee cellcounters. De cellcounter is een elektronische teller om witte bloedcellen te differentiëren. Ook andere tellingen kunnen worden uitgevoerd met de cellcounter.

8.3.2 Principe

Vooraf wordt het totaal aantal te tellen cellen ingesteld. Wanneer het totaal aantal is bereikt, geeft het toestel een akoestisch signaal waarna men het procentueel aantal getelde cellen per type kan opvragen.

8.3.3 Werkwijze


8.3.4 Veiligheid

Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

8.3.5 Onderhoud

De cellcounters worden gereinigd met ontsmettingsmiddel (verdunde Aniosyme XL3) indien nodig.


8.4 ULTRA-TURRAX

8.4.1 Toepassingsgebied

Het vermalen en homogeniseren van biopten en hardere lichaamseigen weefsels of bot.

8.4.2 Principe

8.4.3 Werkwijze

8.4.4 Veiligheid

Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

8.4.5 Onderhoud

Het toestel wordt gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3) indien nodig.

9. Opmerkingen

Er zijn geen opmerkingen voor deze procedure.

10. Literatuur

Niet van toepassing.

11. Bijlagen

11.1 Gebruiksaanwijzing Mettler AE166
mettler_ae166-ba-e-701596.pdf


Gerelateerde documenten

  1. SOP.ALG.A.2: “CENTRIFUGES” Docbeheer HHLier
  2. SOP.ALG.A.3: “PIPETTEN & VOLUMETRISCH MATERIAAL” Docbeheer HHLier
  3. SOP.ALG.A.4: “INCUBATORS” Docbeheer HHLier
  4. SOP.ALG.A.5: “KOELKASTEN & DIEPVRIEZERS” Docbeheer HHLier
  5. SOP.ALG.A.6: “MICROSCOPEN” Docbeheer HHLier
  6. SOP.ORG.22: “VEILIGHEID & HYGIËNE” Docbeheer HHLier