>
2. Apparatuur met gecontroleerde omgeving Het laboratorium beschikt over koelkasten, koelkamer, vrieskasten, koelboxen, incubators, ... om stalen en reagentia op een conforme manier te behandelen, te bewaren en te transporteren. Het laboratorium beschikt tevens over een systeem om deze apparatuur te monitoren. Indien nodig kan deze apparatuur bijgeregeld worden. Ze worden eveneens onderworpen aan een periodieke reiniging om te allen tijde optimaal te kunnen functioneren. Zie SOP.ALG.A.4: “Incubators” Zie SOP.ALG.A.5: “Koelkasten & diepvriezers”
3. Balansen Het laboratorium beschikt over twee analytische balansen voor het afwegen van grondstoffen in vaste of vloeibare toestand.
4. Pipetten en volumetrisch materiaal Zie SOP.ALG.A.3: “Pipetten & volumetrisch materiaal”
5. Centrifuges Het laboratorium beschikt over centrifuges die worden gebruikt voor het afdraaien/verwerken van monsters en/of reagentia. De algemene werking en onderhoud staat beschreven in SOP.ALG.A.2: “Centrifuges”.
6. Microscopen Zie SOP.ALG.A.6: “Microscopen”
7. Mengtoestellen Dit hoofdstuk beschrijft het gebruik en onderhoud van alle mengtoestellen aanwezig op de verschillende werkplaatsen in het laboratorium. 7.1 VORTEXEN Er zijn verschillende vortex toestellen aanwezig op het laboratorium, zie invest module Mithras voor specificaties. 7.1.1 Toepassing Om vloeistoffen voornamelijk in proefbuizen te mengen. Eventueel kunnen ook vloeistoffen in kleine recipiënten gemengd worden. 7.1.2 Principe Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een draaiende beweging door het toestel gemengd. 7.1.3 Werkwijze Het toestel is elektrisch en blijft constant verbonden met de netspanning en wordt met de “on” en “off” toets aan of uit gezet. Men kan de keuze maken tussen constant te mengen of te mengen wanneer men druk uitoefent met het recipiënt. Men kan het toerental van de vortex regelen met een draaiknop. 7.1.4 Veiligheid Opletten dat men de draaibewegingen niet te snel zet zodat de vloeistof uit het recipiënt spat. Indien mogelijk het recipiënt afsluiten alvorens te mengen. Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”. 7.1.5 Onderhoud De vortexhouders worden regelmatig gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3). 7.2 STOMACHER Colworth stomacher 80 7.2.1 Toepassing Om vloeistoffen in daarvoor speciaal ontworpen zakjes (stomacherzakjes) te homogeniseren. 7.2.2 Principe Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een schuddende beweging door het toestel gehomogeniseerd. 7.2.3 Werkwijze Het toestel is elektrisch en blijft constant verbonden met de netspanning. Het stomacherzakje met zijn inhoud wordt vastgeklemd in het toestel door de klep bovenaan naar voor te trekken. Toestel op “on” zetten. Om te stoppen: toestel op “off” zetten. Voorste klep terug naar achter duwen terwijl men het zakje vasthoudt en zakje verwijderen. 7.2.4 Veiligheid Het toestel steeds afzetten alvorens de klep te openen. Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”. 7.2.5 Onderhoud De mengkleppen worden wekelijks gereinigd met ontsmettingsmiddel (Aniosyme XL3). 7.3 DUO-MIX 7.3.1 Toepassing Om vooral bloedstalen en in het bijzonder sedimentatiebuizen te mengen. Ook andere vloeistoffen kunnen gemengd worden. 7.3.2 Principe Het recipiënt met de te mengen vloeistof wordt door een kantelende beweging door het toestel gemengd. 7.3.3 Werkwijze
8. Varia Dit hoofdstuk beschrijft alle kleine toestellen die als hulpapparatuur dienst doen en niet geklasseerd kunnen worden onder bovenstaande indelingspunten.
8.1 BUNSENBRANDERS (3 STUKS) 8.1.1 Toepassingsgebied Het bekomen van steriliteit aan de hand van verhitting. Het fixeren van preparaten gemaakt om een kleuring op uit te voeren. 8.1.2 Principe Door het besmet materiaal zoals entnaalden en pincetten enkele malen door de vlam te halen, ga je het verhitten en op die manier de micro-organismen doden. Door de preparaten door de vlam te halen worden de kiemen en/of cellen gefixeerd op het glazen draagglas. 8.1.3 Werkwijze
9. Opmerkingen Er zijn geen opmerkingen voor deze procedure.
10. Literatuur Niet van toepassing.
11. Bijlagen 11.1 Gebruiksaanwijzing Mettler AE166