Klinisch Laboratorium
Heilig-Hartziekenhuis
Mechelsestraat 24, B-2500 Lier
Tel.: 03-491 30 70 • Fax: 03-491 30 89
POCT BELEIDSDOCUMENT

DocNr
SOP.ORG.45

Versie
2

Status
Definitief

Auteur
Bart Peeters

Aangemaakt op
13/Jul/2026

Verstuurd op
09/Sep/2026

Geldig van
16/Sep/2026

Geldig tot
16/Sep/2029

Gearchiveerd op



1. Doelstelling

Het waarborgen van de juistheid van de resultaten van point-of-care testen (POCT) die buiten het laboratorium, maar binnen het ziekenhuis worden uitgevoerd. Het laboratorium is verantwoordelijk voor de opleiding, implementatie, documentatie en het kwaliteitssysteem van POCT. Dit beleid stelt dat POCT binnen het ziekenhuis uitsluitend mag worden uitgevoerd onder toezicht van het centrale laboratorium.

2. Toepassingsgebied

POCT omvat alle analyses die buiten het laboratorium van het Heilig Hart Ziekenhuis Lier worden uitgevoerd, zowel met ‘hand-held’ apparaten zoals glucosemeters, als met ‘desktop’ apparaten zoals bloedgasmeters.

3. Verantwoordelijke

De laboratoriumdirecteur is verantwoordelijk (zie Punt 6).

4. Uitvoering

Bij het implementeren en gebruiken van POCT in het Heilig Hart Ziekenhuis Lier dienen volgende richtlijnen gevolgd te worden:

4.1 Analyse van nut en noodzaak POCT

De klinisch bioloog analyseert samen met de aanvragende clinicus of een ad-hoc werkgroep de voor- en nadelen van POCT:


Richtlijn 1: POCT mag alleen worden ingezet na een analyse van de voor- en nadelen, in overleg tussen de klinisch bioloog en de aanvragende clinicus of een ad-hoc werkgroep met vertegenwoordigers van de betrokken diensten.

4.2 Keuze van apparatuur

Indien de noodzaak van POCT is vastgesteld, moet er een keuze voor methode en apparatuur worden gemaakt, waarbij rekening gehouden wordt met:



Richtlijn 2: Bij de keuze van POCT-systemen laat de clinicus of de ad-hoc werkgroep zich adviseren door het klinisch laboratorium. Bij meningsverschillen wordt de uiteindelijke beslissing genomen door de hoofdgeneesheer en de laboratoriumdirecteur.

4.3 Implementatie

POCT wordt uitgevoerd onder leiding van het klinisch laboratorium, dat verantwoordelijk is voor implementatie, toezicht en kwaliteitsborging. Het klinisch laboratorium heeft een klinisch bioloog, een POCT-coördinator en gekwalificeerd labo personeel die samen de POCT-cel vormen. Het gekwalificeerd labo personeel is de back-up van de POCT-coördinator . De medische/klinische eindverantwoordelijkheid voor POCT ligt bij de clinici die de POCT heeft aangevraagd. De hoofdverpleegkundige van een afdeling waar POCT wordt uitgevoerd fungeert als aanspreekpunt voor de POCT-cel bij operationele vragen/problemen. Het diensthoofd van een afdeling waar POCT wordt uitgevoerd fungeert als aanspreekpunt voor de POCT-cel bij medische/klinische vragen/problemen. Bij overleg in de ad hoc werkgroep dient minimum één van de aanspreekpunten op dienst, minimum één vertegenwoordiger van de POCT-cel en/of de klinisch bioloog verantwoordelijk voor het aandachtsgebied POCT aanwezig te zijn. De terugkoppeling van een ad-hoc werkgroep gebeurt voor het operationele luik via een SOPA-overleg en voor het medische/klinische luik via het college medische diensthoofden.

Richtlijn 3: Het klinisch laboratorium maakt afspraken met de diensten over de implementatie en uitvoering van POCT.

Richtlijn 4: Het klinisch laboratorium stelt een klinisch bioloog, POCT-coördinator en gekwalificeerd personeel aan voor het bewaken van het gebruik van POCT-apparatuur.

Richtlijn 5: Diensten die POCT uitvoeren moeten een verantwoordelijke arts en een uitvoerende medewerker aanwijzen dit is in het Heilig Hart Ziekenhuis Lier het diensthoofd (medisch/klinisch) en de hoofdverpleegkundige (operationeel). Het topic 'POCT' wordt geagendeerd op het SOPA-overleg voor operationele vragen/problemen en op het college medische diensthoofden voor medische/klinische vragen/problemen.

Richtlijn 6: Het klinisch laboratorium stelt duidelijke handleidingen op voor elk POCT-systeem.

4.4 Training

Gebruikers van POCT moeten formeel worden getraind om de kwaliteit van de resultaten te borgen. Hiervoor: Om dit te verwezenlijken kan waar mogelijk gebruik gemaakt worden van e-learning programma’s. De periodieke toetsing van vaardigheden en kennis zal steekproefsgewijs plaatsvinden door observatie van correct gebruik door de eindgebruikers. Niet correct gebruik wordt geremedieerd door bijkomende training. Observatie en eventuele remediëring worden gedocumenteerd.

De medische interpretatie van deze resultaten moet gebeuren binnen de medische context waarvoor POCT wordt uitgevoerd en is de verantwoordelijkheid van de uitvoerende dienst.

Richtlijn 7: Het klinisch laboratorium is verantwoordelijk voor de training en certificering van gebruikers binnen de gebruikte POCT Middleware systemen (e.g. Cobas infinity POC, Rapidcomm,...). Praktische en theoretische vaardigheden moeten periodiek worden getoetst.

4.5 Kwaliteitssysteem

De kwaliteit van POCT wordt bewaakt door de POCT-cel en de QC-cel van het klinisch laboratorium. Het kwaliteitssysteem omvat:

Richtlijn 8: Uitsluitend door het laboratorium aangewezen en gevalideerde POCT-apparatuur en methodes mogen worden gebruikt.

Richtlijn 9: Het klinisch laboratorium organiseert een kwaliteitssysteem om de kwaliteit van POCT te borgen.

Richtlijn 10: POCT-apparatuur wordt via middleware aangesloten op het LIS, en de kwaliteit van de analyses wordt bewaakt via de middleware.

Richtlijn 11: POCT-resultaten worden via middleware doorgestuurd naar het elektronisch patiëntendossier en zijn herkenbaar als POCT-resultaten.

4.6 Rapporteren van kritische waarden

De procedure voor het rapporteren van abnormale of kritische POCT-resultaten wordt beschreven in de relevante werkdocumenten.

5. Overeenkomsten met POCT gebruikers

Het beschikken over een geldig certificaat na het afleggen van een e-learning geeft recht op een persoonlijke log-in en gebruik van het POCT toestel. Tijdens de e-learning wordt er verwezen naar de relevante werkdocumenten en tijdens de toetsing wordt gevraagd om te werken cfr. deze werkdocumenten. Deze vraag dient positief te worden beantwoord en geldt als persoonlijke dienstverleningsovereenkomst tussen de individuele POCT gebruiker en het laboratorium. Tevens wordt het POCT beleidsdocument beschikbaar gesteld op het kwaliteitsinformaticasysteem van het ziekenhuis voor alle medewerkers. Opmerkingen van lezers kunnen steeds verwerkt worden in nieuwe versies van het document. Aanpassingen in het POCT beleidsdocument en de nieuwe versie van het document zelf worden geagendeerd op het SOPA-overleg (zorgmanagers, hoofdverpleegkundigen) en het college medische diensthoofden (diensthoofden). Het lezen en goedkeuren van het verslag van het desbetreffende SOPA-overleg, college medische diensthoofden geldt als goedkeuring van het POCT beleidsdocument en persoonlijke dienstverleningsovereenkomst.

6. Documenten en wetgeving waarop dit beleidsdocument is gebaseerd

Nationale Wetgeving

Europese Wetgeving Internationale Standaarden Overige Documenten
Gerelateerde documenten
Praktische organisatie POCT binnen labo klinische biologie: SOP.ORG.25 Docbeheer HHLier