>
Zenit PRO is een volautomatisch toestel, van slide-voorbereiding tot scanning/fotograferen en interpretatie van de slides. Volgende bepalingen worden uitgevoerd: screening en titraties van ANA, ANCA, nDNA en LKS.
Via algoritmes zal Zenit PRO voor ANA een classificatie maken op basis van een fluorescentie index (%): negatief (index: < 10%), onzeker (index: 10 - 20%), positief (index > 20%). Er is patroonherkenning voor een selectie patronen: AC-1 Homogeen, AC-2 DFS70, AC-4,5,29 Gespikkeld , AC-3 Centromeer, AC-6,7 Nucleaire dots, AC-8,9,10 Nucleolair, AC-15,16,17,18,19,20,22,23 Cytoplasmatisch patroon en AC-21 Reticulair/AMA. Deze intepretatie kan een hulpmiddel zijn maar mag niet gebruikt worden als eindresultaat. Elk beeld moet bekeken en geïnterpreteerd worden.
Het is een BRIANT-netwerkproject. Alle stalen van de verschillende ziekenhuizen worden gecentraliseerd in het labo in Lier. Het uitvoeren van deze analyses vindt plaats in Lier op toestel ZenitPRO, maar de interpretatie zal plaatsvinden in elk ziekenhuis via de Middleware (ZenitHUB en ZenitHUBIFA).
2. Toepassingsgebied Met dit toestel worden volgende testen uitgevoerd:
3. Definities en termen ANA: Anti-nucleaire antistoffen
ACA: Anti-cytoplasmatische antistoffen
ANCA: Anti-neutrofiele cytoplasmatische antistoffen
FITC: Fluorescein Isothiocyanate
LKS: Liver/Kidney/Stomach (Lever/Nier/Maag)
ASMA: Anti-smooth muscle antibody (Gladde spiercel antistoffen)
AMA: Anti-mitochondriën antistoffen
APCA: Anti-maagcel antistoffen
LKM as: Antistoffen tegen lever/nier/microsomen
LC1 as: Antistoffen tegen lever cytosol antigen type 1
nDNA as: native DNA antistoffen
PBS: Posphate Buffered Saline
4. Principe Het principe van de methode is gebaseerd op indirecte immunofluorescentie. In een eerste incubatie stap binden de eventueel aanwezige antilichamen in het serum van de patiënt met de corresponderende antigenen op de cellen van de slides. Deze cellen verschillen per test (bijvoorbeeld ANA kit: Hep-2 cellen). In een tweede incubatie stap bindt het fluorescent gelabeld anti-humaan immunoglobuline de eventueel aanwezige antilichamen in het serum van de patiënt. Dit antigen-antilichaam complex kan gevisualiseerd worden met behulp van de fluorescentiemicroscoop.
5. Veiligheid Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.
6. Reagentia en materiaal
8. Werkwijze Voor elke run wordt er een dagelijks onderhoud uitgevoerd (Zie 11.1 dagelijks onderhoud voor de run). Op maandag wordt er tevens een deel van het wekelijks onderhoud uitgevoerd voor de run (Zie 11.3 Wekelijks onderhoud op maandag voor de run). Na het uitvoeren van deze onderhouden kan er verder gestart worden met het opstarten van toestel/pc.
Stalen worden per site bewaard in een rekje in de koelkast van auto-immuniteit. Archiveer de stalen in het juiste rekje in ZenitHUB. (zie 15.1 Archiveren van stalen)
Voer het dagelijks onderhoud uit. (Zie 11.2 dagelijks onderhoud na de run). Op vrijdag wordt er tevens een deel van het wekelijks onderhoud uitgevoerd na de run (Zie 11.4 Wekelijks onderhoud op vrijdag na de run).
9. Verwerken van de resultaten
Klik op het icoon met het spook
10. Kalibratie Niet van toepassing
11. Onderhoud 11.1 Dagelijks onderhoud voor run
12. Kwaliteitscontrole
12.1 Schema controles per run
Per run wordt er van elk type test een controle meegenomen (aanwezig in de kits). Dit enkel op de eerste slide en volgens onderstaand schema.
12.2 Instellen slide policy controles
Het instellen van de controle frequentie gebeurt op de ZenitPRO
13. Quality control in ZenitHUB De kwaliteitscontroles kunnen opgevolgd worden in het programma ZenitHUB onder het tabblad 'Quality control' bij 'QC charts' (zie afbeelding). Dit per techniek (IFI/Blot/...) en pet kit (ANA/ANCA/...).
14. Statistiekfunctie in ZenitHUB Onder het tabblad 'Statistics' kunnen er statistieken bekeken worden op basis van verschillende filters:
15. Serotheek (serum bank) in ZenitHUB In het programma ZenitHUB kan er onder het tabblad 'Serum bank' een serotheek worden aangemaakt. Hier kunnen makkelijk alle stalen worden opgeslagen (Zie 15.1 Archiveren van stalen) en worden opgezocht (Zie 15.2 Opzoeken van stalen). De serotheek kan up-to-date gehouden worden door de verschillende 'grids' te beheren (Zie 15.3 Grids aanmaken en 15.4 Grids verwijderen). Hier wordt voorlopig geen gebruik van gemaakt. De stalen uit de routine worden gearchiveerd in een excel bestand op de Public. 15.1 Archiveren van stalen
Bij het verwerken van de resultaten kunnen er bepaalde symbolen verschijnen bij de stalen: Dit geeft aan dat er tijdens een run een probleem was met het staal. Het staal dient herhaald te worden in een volgende run. Indien dit teken bij de controle staat wilt dit zeggen dat de index buiten de range valt. Dit icoon geeft aan dat er overbelichting was (bij zeer sterk fluorescerende monsters). De ZenitPRO heeft een kortere belichtingstijd gebruikt waardoor de fluorescentie op het scherm wordt afgezwakt. Dit icoon geeft aan dat de cuttoff grenzen van de QC zijn aangepast door de gebruiker. (bv. bij eigen contoles) 16.2 Opnieuw doorsturen bij connectieproblemen
Het zou kunnen voorvallen dat de resultaten niet zijn doorgestuurd van het toestel naar de software ZenitHUB IFA, omwille van connectieproblemen, melinda achtergrondprogramma's die niet open staan ... Dit kan over een hele run gaan of over één enkele afbeelding die niet zichtbaar is in de ZenitHUB IFA. Indien dit voorvalt kan je het volgende proberen op het toestel zelf:
2. Verwijder manueel de eventueel nog aanwezige buffer op de slides (tik het glaasje met de zijkant op een doekje). Breng op elke well een klein druppeltje mounting medium aan en vervolgens het dekglaasje.
3. Leg de slides op dezelfde volgorde/positie op de tray.
4. Open nu ZenitHUB:
- Scan only
- Selecteer de juiste/laatste sessie en klik deze aan
- Show sessions
- Volg nu de stapjes door op next te klikken
- Om de correcte werklijst te koppelen aan deze sessie klik je op “Autosign” (=toverstafje). Op deze manier is elke well aan het juiste staaltje gekoppeld. Dit kan je even nakijken. Vervolgens klik je weer next tot je de run kan opstarten.
17. Bijlagen Bijsluiters: Informatie van de firma: