>
2. Toepassingsgebied
De Bluediver II wordt gebruikt voor bepaling van antistoffen in kader van auto-immuniteit in serum. Deze test wordt ingezet indien de ANA IFA screening positief is. Afhankelijk van het patroon en kliniek van de patiënt wordt er één of meerdere blots geselecteerd.
3. Definities en termen - ANA: antinucleaire antistoffen - IFA: immuunfluorescentie analyse
4. Principe Het testprincipe is enzyme immunoassay. De teststrips bestaan uit een membraan met antigenen gefixeerd op een plastiek drager. Tijdens een geautomatiseerde testprocedure worden de strips geïncubeerd en gewassen in de wells van een gebruiksklare reagentia cartridge. Antilichamen uit het serum binden, indien aanwezig, aan de overeenkomstige antigenen op de strips. Aanwezige antilichamen worden zichtbaar als paarse dots op de membranen van de strips. De intensiteit hiervan is rechtevenredig met de hoeveelheid aanwezige antilichamen. Er wordt gewerkt met 4 strips:
5. Veiligheid Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.
6. Reagentia en materiaal 6.1 Reagentia - AD ANA19DBDM (kit met strips en reagentia catridges): Antistoffen tegen nucleosomen, dsDNA, histonen, Sm, RNP (68kD/A/C), Sm/RNP, SSA/Ro 60kD, SSA/Ro 52kD, SSB, Scl-70, RNA Polymerase III, Ku, PM-Scl 100, Mi-2, Jo-1, CENP-A/B, PCNA, Ribosoom P0 en DFS70 worden opgespoord. - AD MYOSO12ADBD (kit met strips en reagentia catridges): Antistoffen tegen Jo-1, PL-7, PL-12, EJ, OJ, SRP, Mi-2, MDA-5, TIF1-y, SAE1, SAE2 en NXP2 worden opgespoord. - AD LIVER10DBDM (kit met strips en reagentia catridges): Antistoffen tegen M2/nPDC, M2/OGDC-E2, M2/BCOADC-E2, M2/PDC-E2, gp210, sp100, LKM1, LC1, SLA, F-Actin worden opgespoord. - AD SCLERO12DBD (kit met strips en reagentia catridges): Antistoffen tegen Scl-70, CENP-A, CENP-B, PMScl-100, PMScl-75, Ku, RNA Polymerase III, RNP (68kD/A/C), Th/To, Fibrillarin, NOR-90 en SSA/Ro 52kD worden opgespoord. 6.2 Materiaal - Adaptors voor monstertubes - Pipettips 100µL met filter
7. Analysemonster Serum (EDTA-, citraat- of heparineplasma is volgens de bijsluiters ook mogelijk). Er wordt standaard gebruikt gemaakt van serum aangezien dit staaltype werd gebruikt voor onze validatie.
8. Werkwijze
9.1 Doorsturen van ruwe data
Na de run worden de ruwe data van de run doorgestuurd naar de andere labo's.
11. Onderhoud 11.1 96-Tips-plaat vervangen Wanneer de houder met tips vervangen moet worden kan je het pipetteerplatform naar rechts verplaatsten om hier beter aan te kunnen. Klik op hiervoor op 'pipetteerplatform'. 11.2 Dagelijks onderhoud - Verwijder de gebruikte reagenscartridges en strips - Afsluiten van het toestel: Klik op 'Afsluiten' -Klik op 'Shutdown'. Het programma en toestel sluiten af. 11.2 2-wekelijks onderhoud Reinig de glasplaat van de scanner met een vochtige doek.
12. Kwaliteitscontrole NVT
13. Opmerkingen Er zijn geen opmerkingen voor deze procedure. Opgelet: Dit document is opgenomen in zowel het eigen kwaliteitssysteem als het gemeenschappelijk kwaliteitssysteem BRIANT Klinisch laboratoria. In beide systemen moet er nieuwe versie worden aangemaakt bij wijzigingen.