Klinisch Laboratorium
Heilig-Hartziekenhuis
Mechelsestraat 24, B-2500 Lier
Tel.: 03-491 30 70 • Fax: 03-491 30 89
ZENIT PRO

DocNr
SOP.SER.A.4

Versie
3

Status
Definitief

Auteur
Céline Marsboom

Aangemaakt op
25/Jan/2023

Verstuurd op
30/Jan/2023

Geldig van
30/Jan/2023

Geldig tot
30/Jan/2026

Gearchiveerd op


1. Onderwerp

Deze procedure beschrijft de werking, het gebruik en het onderhoud van de Zenit PRO vertegenwoordigd door de firma Menarini.

Zenit PRO is een volautomatisch toestel, van slide-voorbereiding tot scanning/fotograferen en interpretatie van de slides. Volgende bepalingen worden uitgevoerd: screening en titraties van ANA, ANCA, nDNA en LKS.

Via algoritmes zal Zenit PRO voor ANA een classificatie maken op basis van een fluorescentie index (%): negatief (index: < 10%), onzeker (index: 10 - 20%), positief (index > 20%). Er is patroonherkenning voor een selectie patronen: AC-1 Homogeen, AC-2 DFS70, AC-4,5,29 Gespikkeld , AC-3 Centromeer, AC-6,7 Nucleaire dots, AC-8,9,10 Nucleolair, AC-15,16,17,18,19,20,22,23 Cytoplasmatisch patroon en AC-21 Reticulair/AMA. Deze intepretatie kan een hulpmiddel zijn maar mag niet gebruikt worden als eindresultaat. Elk beeld moet bekeken en geïnterpreteerd worden.

Het is een BRIANT-netwerkproject. Alle stalen van de verschillende ziekenhuizen worden gecentraliseerd in het labo in Lier. Het uitvoeren van deze analyses vindt plaats in Lier op toestel ZenitPRO, maar de interpretatie zal plaatsvinden in elk ziekenhuis via de Middleware (ZenitHUB en ZenitHUBIFA).

2. Toepassingsgebied

Met dit toestel worden volgende testen uitgevoerd:

3. Definities en termen

ANA: Anti-nucleaire antistoffen

ACA: Anti-cytoplasmatische antistoffen

ANCA: Anti-neutrofiele cytoplasmatische antistoffen

FITC: Fluorescein Isothiocyanate

LKS: Liver/Kidney/Stomach (Lever/Nier/Maag)

ASMA: Anti-smooth muscle antibody (Gladde spiercel antistoffen)

AMA: Anti-mitochondriën antistoffen

APCA: Anti-maagcel antistoffen

LKM as: Antistoffen tegen lever/nier/microsomen

LC1 as: Antistoffen tegen lever cytosol antigen type 1

nDNA as: native DNA antistoffen

PBS: Posphate Buffered Saline

4. Principe

Het principe van de methode is gebaseerd op indirecte immunofluorescentie. In een eerste incubatie stap binden de eventueel aanwezige antilichamen in het serum van de patiënt met de corresponderende antigenen op de cellen van de slides. Deze cellen verschillen per test (bijvoorbeeld ANA kit: Hep-2 cellen). In een tweede incubatie stap bindt het fluorescent gelabeld anti-humaan immunoglobuline de eventueel aanwezige antilichamen in het serum van de patiënt. Dit antigen-antilichaam complex kan gevisualiseerd worden met behulp van de fluorescentiemicroscoop.


5. Veiligheid

Zie algemene veiligheidsvoorschriften laboratorium, SOP.ORG.22: “Veiligheid & hygiëne”.

6. Reagentia en materiaal


Aanwezig in de kit:
Niet aanwezig in de kit:
7. Analysemonster

Serum (EDTA-, citraat- of heparineplasma is volgens de bijsluiters ook mogelijk). Er wordt standaard gebruikt gemaakt van serum aangezien dit staaltype werd gebruikt voor onze validatie.

8. Werkwijze

Voor elke run wordt er een dagelijks onderhoud uitgevoerd (Zie 11.1 dagelijks onderhoud voor de run). Op maandag wordt er tevens een deel van het wekelijks onderhoud uitgevoerd voor de run (Zie 11.3 Wekelijks onderhoud op maandag voor de run). Na het uitvoeren van deze onderhouden kan er verder gestart worden met het opstarten van toestel/pc.


De run wordt eerst aangevraagd op de pc zelf:











Stalen uit een vorige run waar extra titers van ingezet worden kunnen teruggezocht worden in de serotheek in ZenitHUB. (zie 15.2 Opzoeken van stalen)

Ga verder op het toestel om de run te starten:

Geel: gebruikte well
Blauw: well gaat gebruikt worden in de huidige sessie
Grijs: niet gebruikt en niet nodig voor huidige sessie Wanneer er een groen lichtje brand voor een schuif, mag deze leeg gemaakt worden (stalen, QC, reagens).

Stalen worden per site bewaard in een rekje in de koelkast van auto-immuniteit.
Archiveer de stalen in het juiste rekje in ZenitHUB. (zie 15.1 Archiveren van stalen)

Voer het dagelijks onderhoud uit. (Zie 11.2 dagelijks onderhoud na de run). Op vrijdag wordt er tevens een deel van het wekelijks onderhoud uitgevoerd na de run (Zie 11.4 Wekelijks onderhoud op vrijdag na de run).

9. Verwerken van de resultaten



Betekenis symbolen tijdens het aflezen:

Vraagteken: resultaat wordt niet doorgestuurd naar GLIMS, redenen:
PC-icoon: resultaat wordt doorgestuurd naar GLIMS (= finale eindtiter om te rapporteren).

Voorbeeld titratie van staal AC-4 ingezet in titer 1/160 + 1/640: Resultaat 1/160 positief ; 1/640 negatief. Zorg ervoor dat de PC enkel bij 1/160 staat.





Voorbeeld titratie van staal AC-6/7 + AC-2 ingezet in titer 1/80 + 1/160 + 1/320 + 1/640: Resultaat AC-2 1/160 en AC6/7 1/320










9.1 Niet uitgevoerde titer doorgeven: Ghosttiter maken en doorsturen

Er kan gebruikt gemaakt worden van ghost titers om een titer door te geven die niet echt is uitgevoerd (bv. bij verdunningen):

Klik op het icoon met het spook






9.2 Titer van vorige run kiezen als eindtiter

Als er extra titers werden ingezet maar bij het aflezen wil je toch de oorspronkelijke titer doorgeven (voorgaande run), kan je dit aanduiden bij ‘Patiënt Historiek’. 9.3 Aflezen ANCA's

Bij het valideren van ANCA's moet er enkel geantwoord worden bij de ethanol slides (= assay ANCA). Bij de formaline slide (= assay ANCA F) moet er niets geantwoord worden.



Bij het aflezen van ANCA’s kan je het beeld op de ethanol en formaline slides samen bekijken.
Links = formaline beeld ; rechts = ethanol beeld

9.4 Aflezen weefselantistoffen


9.5 Aflezen nDNA antistoffen

Bij het aflezen van nDNA antistoffen kan er gekozen worden tussen: - , +, 1+ , 2+, 3+ en +/-. Dit resultaat wordt zo doorgestuurd naar het LIS.

10. Kalibratie

Niet van toepassing

11. Onderhoud

11.1 Dagelijks onderhoud voor run

11.2 Dagelijks onderhoud na run
11.3 Wekelijks onderhoud (uitgevoerd op maandag, woensdag en vrijdag voor de run) 11.4 Wekelijks onderhoud (uitgevoerd op maandag voor de run) 11.5 Wekelijks onderhoud (uitgevoerd op vrijdag na de run) 11.6 Maandelijks onderhoud

12. Kwaliteitscontrole


12.1 Schema controles per run

Per run wordt er van elk type test een controle meegenomen (aanwezig in de kits). Dit enkel op de eerste slide en volgens onderstaand schema.

MaandagDinsdagWoensdagDonderdagVrijdag
ANANegatief + Positief: HomogeenNegatief + Positief: HomogeenNegatief + Positief: HomogeenNegatief + Positief: HomogeenNegatief + Positief: Homogeen
ANCANegatief + Positief: p-ANCANegatief + Positief: c-ANCANegatief + Positief: p-ANCANegatief + Positief: c-ANCANegatief + Positief: p-ANCA

nDNA en LKS runs worden ingezet naargelang het aantal stalen, hierbij wordt steeds zowel de positieve als negatief kit controle meegenomen. (AMA controle bij LKS)

Het resultaat van de QC wordt na het aflezen automatisch doorgestuurd naar URT. (p-ANCA komt binnen onder level 2, c-ANCA level 3)


12.2 Instellen slide policy controles

Het instellen van de controle frequentie gebeurt op de ZenitPRO

13. Quality control in ZenitHUB

De kwaliteitscontroles kunnen opgevolgd worden in het programma ZenitHUB onder het tabblad 'Quality control' bij 'QC charts' (zie afbeelding). Dit per techniek (IFI/Blot/...) en pet kit (ANA/ANCA/...).

Onder '% positive' krijg je een overzicht van het aantal positieve stalen in de opgegeven periode. Hier kan ook het gemiddelde of de mediaan van de intensiteit worden weergegeven (sample average/sample median).
Informatie over de reagentia, controles, loten, ... kunnen teruggevonden worden onder de andere tabbladen bij Quality control.


14. Statistiekfunctie in ZenitHUB

Onder het tabblad 'Statistics' kunnen er statistieken bekeken worden op basis van verschillende filters:



15. Serotheek (serum bank) in ZenitHUB

In het programma ZenitHUB kan er onder het tabblad 'Serum bank' een serotheek worden aangemaakt. Hier kunnen makkelijk alle stalen worden opgeslagen (Zie 15.1 Archiveren van stalen) en worden opgezocht (Zie 15.2 Opzoeken van stalen). De serotheek kan up-to-date gehouden worden door de verschillende 'grids' te beheren (Zie 15.3 Grids aanmaken en 15.4 Grids verwijderen). Hier wordt voorlopig geen gebruik van gemaakt. De stalen uit de routine worden gearchiveerd in een excel bestand op de Public.



15.1 Archiveren van stalen


15.2 Opzoeken van stalen
15.3 Grids aanmaken
15.3 Grids verwijderen
16. Opmerkingen


16.1 Symbolen

Bij het verwerken van de resultaten kunnen er bepaalde symbolen verschijnen bij de stalen:


Dit geeft aan dat er tijdens een run een probleem was met het staal. Het staal dient herhaald te worden in een volgende run.
Indien dit teken bij de controle staat wilt dit zeggen dat de index buiten de range valt.


Dit icoon geeft aan dat er overbelichting was (bij zeer sterk fluorescerende monsters). De ZenitPRO heeft een kortere belichtingstijd gebruikt waardoor de fluorescentie op het scherm wordt afgezwakt.


Dit icoon geeft aan dat de cuttoff grenzen van de QC zijn aangepast door de gebruiker. (bv. bij eigen contoles)

16.2 Opnieuw doorsturen bij connectieproblemen

Het zou kunnen voorvallen dat de resultaten niet zijn doorgestuurd van het toestel naar de software ZenitHUB IFA, omwille van connectieproblemen, melinda achtergrondprogramma's die niet open staan ... Dit kan over een hele run gaan of over één enkele afbeelding die niet zichtbaar is in de ZenitHUB IFA. Indien dit voorvalt kan je het volgende proberen op het toestel zelf:


16.3 Error bij plaatsen van coverslips / scan sessie herstarten

Indien er een error voorkomt bij het plaatsen van de coverslips kunnen de slides nog gescand worden.

17. Bijlagen

Bijsluiters:

ANA-HEP2.pdfANCA-E.pdfANCA-F.pdfLKS.pdfnDNA.pdf

Informatie van de firma:

BIJLAGE XIV - Zenit-PRO technische documentatie.pdfBIJLAGE XIX - ZENIT PRO onderhoud.pdfBIJLAGE XVI - IFU Zenit PRO.pdfBIJLAGE XVII - ZenitPro_brochure.pdfBIJLAGE XVIII- Zenit PRO Troubleshooting.pdfBIJLAGE XXIX - IFU ZENIT HUB IF NL.pdfBIJLAGE XXVIII - IFU ZENIT HUB NL.pdfBIJLAGE XXXVII - Zenit PRO Schema onderhoud.pdf


Gerelateerde documenten

  1. FORM.OPL.73: "OPLEIDINGSFICHE CORE: ZENIT HUB" Docbeheer HHLier
  2. STK.SER.17: "ZENIT PRO: VERKORTE WERKWIJZE" Docbeheer HHLier
  3. STK.SER.18: "ZENIT PRO:PATRONEN ANA" Docbeheer HHLier
  4. STK.SER.19: "ZENIT PRO:PATRONEN ANCA" Docbeheer HHLier
  5. STK.SER.20: "ZENIT PRO:PATRONEN WEEFSELANTISTOFFEN" Docbeheer HHLier
  6. STK.SER.21: "ZENIT PRO:AFLEZEN nDNA" Docbeheer HHLier